Judo begrippen uitgelegd: ukemi, ippon, randori, shiai, banden en meer.
55 artikelen
55 begrippen gevonden
De-ashi-barai is de voetveeg op de uitstappende voet: de meest pure timing-worp van judo. Uitvoering en oefenvormen.
G-judo is judo voor judoka's met een beperking. Wat het is, hoe lessen verschillen en waar je in Amsterdam terechtkomt.
Harai-goshi is de veegheupworp: een krachtige combinatie van heupinzet en beenveeg. Uitvoering en opbouw vanuit o-goshi.
Jita-kyoei is het tweede kernprincipe van judo: samen beter worden. Waarom je trainingspartner geen tegenstander is.
Wat is een judogi, welke maten en gewichten zijn er en wat verschilt een beginnerspak van een wedstrijdpak?
Juji-gatame is de bekendste armklem van judo: de gestrekte armklem over de heupen. Uitvoering, veiligheid en wedstrijdgebruik.
Kata zijn voorgeschreven techniekreeksen in judo. Waarom kata belangrijk is voor examens en wedstrijdjudoka's.
Kesa-gatame is de bekendste houdgreep van judo: controle langs het hoofd van uke. Uitvoering, ontsnappingen en varianten.
Ko-uchi-gari is de kleine binnenwaartse veeg op de voet: snel, subtiel en perfect voor combinaties. Techniek en timing uitgelegd.
Van witte band tot zwarte band: hoe kyu- en dan-graden in Nederland (JBN) werken en wat een examen inhoudt.
Mon-graden zijn de tussenstapjes (slippen) tussen jeugdbanden in Nederland. Hoe het systeem werkt en waarom het bestaat.
O-goshi is de grote heupworp en vaak de eerste echte worp die beginners leren. Uitvoering, valkuilen en varianten.
O-uchi-gari is de grote binnenwaartse beenveeg: een klassieke opzetworp die combinaties opent. Uitvoering en timing.
Osoto-gari is de grote buitenwaartse beenveeg, een van de eerste worpen voor beginners én een wapen op topniveau.
Seiryoku-zenyo is het eerste kernprincipe van judo: maximaal resultaat met minimale inspanning. Wat het betekent op en naast de mat.
Seoi-nage is de schouderworp: een van de meest gescoorde worpen in wedstrijdjudo. Varianten, uitvoering en veelgemaakte fouten.
Tai-otoshi is de lichaamsworp: een handworp waarbij je uke over je gestrekte been laat vallen. Techniek en veelgemaakte fouten.
Tomoe-nage is de cirkelworp uit de sutemi-waza: je offert je eigen stand op en werpt uke met je voet over je heen.
Uchi-mata is de binnendijworp, misschien wel de meest iconische worp van wedstrijdjudo. Uitvoering, varianten en opbouw.
Hajime is het commando waarmee de scheidsrechter een judowedstrijd start of hervat. Betekenis en gebruik op de mat.
Judo betekent letterlijk 'de zachte weg'. Herkomst van het woord, de filosofie erachter en hoe de sport naar Nederland kwam.
Matte is het commando 'wacht' waarmee de scheidsrechter een judopartij tijdelijk stillegt. Wanneer het klinkt en wat je dan doet.
Sensei is de Japanse aanspreektitel voor de judoleraar. Wat de titel inhoudt en welke kwalificaties een judoleraar in Nederland nodig heeft.
Ashi-waza zijn de been- en voettechnieken van judo: vegen, haken en maaien. Waarom timing hier alles is.
De gokyo is de klassieke indeling van veertig judoworpen in vijf groepen van oplopende moeilijkheid — de ruggengraat van het examenprogramma.
De Kodokan in Tokio is de bakermat van het judo: de school van Jigoro Kano en nog altijd het technische hart van de sport.
Een dojo is de trainingszaal waar judo wordt beoefend. Wat het woord betekent en hoe je in Amsterdam een goede dojo herkent.
Een judoka is iemand die judo beoefent — van vierjarige beginner tot olympisch kampioen. Herkomst en gebruik van het woord.
De obi is de band die het judopak sluit en de graad van de judoka toont. Kleuren, knopen en maten uitgelegd.
Tatami zijn de judomatten waarop wordt getraind en gestreden. Afmetingen, hardheid en waarom de mat zo belangrijk is voor valbreken.
Golden score is de verlenging in judo bij gelijke stand: de eerste score of straf beslist de partij direct.
Hansoku-make is diskwalificatie in judo: direct verlies door een zware overtreding of drie opgestapelde shido's.
Ippon is de hoogste score in judo en directe winst. Hoe ippon ontstaat in wedstrijd en training.
Kansetsu-waza zijn de armklemmen van judo, alleen op de elleboog toegestaan. Regels, leeftijdsgrenzen en de bekendste klem.
Koshi-waza zijn de heupworpen van judo, van o-goshi tot harai-goshi. Het gemeenschappelijke principe en de leerlijn.
Kumi-kata is het grippen van het judopak: de basis van elke worp. Standaardpakking, gripgevecht en regels uitgelegd.
Kuzushi is het breken van de balans van je tegenstander — de eerste en belangrijkste fase van elke judoworp.
Nage-komi is het herhaald volledig doorgooien van worpen. Het verschil met uchi-komi en waarom valbreken hier onmisbaar is.
Nage-waza is de verzamelnaam voor alle werptechnieken in judo, verdeeld in hand-, heup-, been- en offerworpen.
Ne-waza is het grondgevecht in judo: houdgrepen, armklemmen en verwurgingen. Hoe het verschilt van staand judo en van BJJ.
Osaekomi is een gecontroleerde houdgreep op de grond. Twintig seconden vasthouden levert ippon op — de regels en bekendste houdgrepen.
Randori is vrije judo-training met partner: worpen, grondwerk en tempo zonder wedstrijdregels.
Rei is de groet waarmee elke judotraining en -partij begint en eindigt. Staande en knielende groet uitgelegd.
Shiai is wedstrijdjudo met officiële regels, scheidsrechter en score. Verschil met recreatief judo en toernooien in Amsterdam.
Shido is een lichte straf in wedstrijdjudo, voor passiviteit of verboden handelingen. Drie shido's betekenen verlies.
Shime-waza zijn de verwurgingstechnieken van judo. Hoe ze werken, vanaf welke leeftijd ze zijn toegestaan en de bekendste technieken.
Sutemi-waza zijn offerworpen: je geeft je eigen stand op om je tegenstander te werpen. Soorten, risico's en regels.
Tachi-waza is het staande gevecht in judo: pakking, balansverstoring en worpen. De tegenhanger van ne-waza (grondwerk).
Te-waza zijn de handworpen van judo, zoals seoi-nage en tai-otoshi. Kenmerken en de bekendste technieken op een rij.
Tori is de judoka die de techniek uitvoert tijdens het oefenen. De rolverdeling tussen tori en uke uitgelegd.
Uchi-komi is het herhaald inzetten van een worp zonder door te gooien. Waarom deze oefenvorm de basis is van elke judotraining.
Uke is de judoka die de techniek ondergaat tijdens het oefenen. Waarom een goede uke onmisbaar is om te leren werpen.
Ukemi is valbreken op de judomat: hoe je veilig landt na een worp. Uitleg, volgorde op de mat en waarom beginners hier starten.
Waza-ari is een halve score in judo. Twee waza-ari's in één partij tellen samen als ippon en beslissen de wedstrijd.
Jigoro Kano (1860-1938) is de grondlegger van judo. Zijn leven, het ontstaan van de Kodokan en zijn twee kernprincipes.